De bewegende klas

Een van de meest fysiek zichtbare ontwikkelingen binnen het Waldorfonderwijs is de zogenaamde ‘bewegende klas’. De kinderen zitten niet meer op een stoel aan een tafel, maar ze gebruiken kussens en banken als meubilair in de klas. De bewegende klas is een concept voor klasseninrichting dat voor het eerst gebruikt werd door de Zweedse leraar Pår Ahlbom.

De zware houten banken en stevige kussens bieden voornamelijk in de lagere onderbouw klassen (1, 2 en soms ook 3) ruimte aan het bewegend leren. 
De banken dienen na het parcours als zitplaats in de kring, het zingen, de ritme-oefeningen en de instructie bouwen de kinderen de klas zelfstandig om tot een rij- of groepsopstelling waarna ze de banken als tafels gebruiken en op de kussens zitten. De zelfstandige verwerking van de lessen is niet anders dan in een niet-bewegende klas. De kinderen kunnen gemakkelijk in hun schrift werken of samenwerken in groepjes. Wanneer het tijd is om op te ruimen is de klas in minder dan 2 minuten weer teruggebouwd naar de kring voor de lesafsluiting.
 

De bewegende klas zet de kinderen fysiek aan het werk, zowel binnen als tussen de lessen. De ombouw is een moment van samenwerking en ‘uitademen’ en de stevige zitkussens vragen een actieve zithouding van de kinderen tijdens het werken. 

De bewegende klas in deze tijd

Hoe komt het dat juist in deze tijd ruimte is ontstaan voor de bewegende klas? Kinderen bewegen steeds minder. Ze spelen minder buiten, worden veelal met de auto naar school gebracht en brengen vaak een groot deel van hun vrije tijd door achter een scherm. De tijd waarin kinderen na schooltijd de hele middag buiten speelden is voorbij. Daar kunnen we van alles van vinden, en gelukkig zijn er steeds meer ouders die de buitenspeeltijd van kinderen beschermen, maar het is wel de realiteit. Aan de andere kant tonen steeds meer onderzoeken aan dat te lang zitten niet gezond is. ‘Zitten is het nieuwe roken’ wordt er gezegd.

In onderwijsland doen diverse scholen onderzoek naar bewegen en leren. Onlangs is aangetoond dat kinderen beter automatiseren als ze bij het leren mogen bewegen. Dit zien wij in de Waldorfschool al jaren. Wij stampen en klappen net zo lang totdat de kinderen de tafels kunnen dromen. De beweging is inhoudelijk verbonden met de lesstof zodat de kinderen het via de beweging kunnen ervaren en begrijpen.

Hieronder een video waarin e.e.a. wordt uitgelegd (dit is overigens niet een video van onze school)